Bedrading

Minimale doorsneden draaddikte:

Onderstaande tabel geeft je een overzicht van de doorsneden (draaddiktes) die men zal gebruiken met hun daarbijhorende beveiliging.

automaattabel

De wet zegt dat de minimale kerndoorsnede van leidingen van koper in buis
ten minste 2,5 mm² moet zijn voor voeding van wandcontactdozen.
Dit heeft tot doel om overbelasting van leidingen voor de voeding van
wandcontactdozen te voorkomen.
Er kunnen namelijk op de contactdozen grote toestellen worden aangesloten
zoals bijvoorbeeld elektrische kachels.
Ook voor de aansluiting worden leidingen van ten minste 2,5 mm² toegepast.
De minimale kerndoorsnede van leidingen van koper voor vermogens- en
verlichtingsketens is 1,5 mm².
In woningen worden meestal gemengde groepen aangelegd, dus
eindgroepen waarop zowel lichtpunten als wandcontactdozen worden
aangesloten.
Daarom moet voor een installatie uitgevoerd met draad in buis gebruik worden
gemaakt van draden met een kerndoorsnede van ten minste 2,5 mm2.
Dit geldt voor de fasedraad, de nuldraad en de beschermingsleiding.

De schakeldraad naar de lichtpunten mag in 1,5 mm2 worden uitgevoerd
omdat er geen kans is op overbelasting bij verlichtingstoestellen.
De schakeldraden die gebruikt worden om wandcontactdozen te schakelen, bij
zogenaamde geschakelde contactdozen waarmee met één handeling een
aantal contactdozen worden in- of uitgeschakeld, moet wel in 2,5 mm2 worden
uitgevoerd omdat hierbij wel de kans op overbelasting bestaat.
Voor installaties uitgevoerd met kabel geldt het bovenstaande niet. Daarbij
moet de vereiste kerndoorsnede worden berekend, waarbij wel het minimum
van 1,5 mm2 van toepassing is. In sommige gevallen, afhankelijk van de wijze
van aanleg en de omstandigheden, is een aderdoorsnede van 1,5 mm2 ook
voldoende voor de fase en nulader.
In de praktijk wordt de berekening van de kabel slechts gedaan voor grote
aansluitingen. Wanneer je de regels toegepast voor draad in buis ook toepast
voor kabel, ben je zeker dat je een correcte en veilige installatie maakt.

De kleur van de isolatie rond de kabel is ook van belang:
De blauwe kleur is voorbehouden voor de nulgeleider.
Indien er geen nulgeleider verdeeld wordt, dan mag blauw ook voor de
fasegeleiders gebruikt worden.
De isolatie van de beschermingsgeleiders is steeds geel-groen.
Het is verboden om gele of groene kleuren, alsook de combinatie van een van
deze kleuren met een andere kleur, te gebruiken.
Dit om verwarring met de beschermings-geleiders te voorkomen.
Alle andere kleuren mogen als fasegeleider gebruikt worden.

Oude omvlochten rubberaderdraden

Dit zijn installatiedraden met een rubber isolatie die is omvlochten met katoen.
Deze draden zitten dan in metalen buizen. Vaak kan geen onderscheid meer
worden gemaakt tussen de kleuren van de verschillende draden.
Indien de installatie ongewijzigd blijft en de isolatieweerstand hoog genoeg is,
behoeven deze draden niet te worden vervangen.
Om te bepalen of de isolatieweerstand hoog genoeg is, kan de installatie of de
eindgroep worden gemeggerd.
Ook indien de installatie wordt uitgebreid en het bestaande gedeelte van de
installatie niet wordt gewijzigd, behoeven de draden niet te worden vervangen.
Wel moet worden vastgesteld wat de fase, de nul en de PE is. Indien dit niet
kan worden vastgesteld op grond van de kleuren van de draden, moet dit door
beproeving worden vastgesteld.
Het verdient aanbeveling de draden te merken met bruine, blauwe of groengele
krimpkous.
Is voor de uitbreiding een beschermingsleiding (PE) nodig en bevat de
bestaande installatie geen grijze of witte aarddraad dan zullen de
rubberaderdraden moeten worden vervangen omdat het in de praktijk niet
mogelijk is een PE bij te trekken.

 

Vinyldraden met oude kleuren
Is de bestaande installatie uitgevoerd met vinyldraden met oude kleuren
(groen voor de fase, rood voor de nul en grijs voor de aarde) dan behoeven
deze niet zonder meer te worden vervangen door draden met de nieuwe
kleuren.
Bij een uitbreiding moeten draden met de nieuwe kleuren worden verbonden
met draden met de oude kleuren. Hierbij bruin verbinden met groen, blauw
verbinden met rood en groen-geel verbinden met grijs. Het verdient
aanbeveling de grijze draad te merken met groen-gele krimpkous.
Is voor de uitbreiding een beschermingsleiding (PE) nodig en bevat de
bestaande installatie geen grijze of witte aarddraad dan zullen de bestaande
vinyldraden moeten worden vervangen omdat het in de praktijk niet mogelijk is
een PE bij te trekken.